Een bergwandeling is fijn. Ja, het is ook inspannend. Urenlang lopen, de rotsen op het pad vragen voortdurend om aandacht. En de bergstroompjes ook: springen van steen naar steen en daarbij je evenwicht bewaren. Soms is er regen of loop je door de mist van een laaghangende wolk. Maar de uitzichten zijn indrukwekkend. En, hoewel vermoeiend, voelt het goed in je lijf. Je voelt dat je leeft. Als de zon schijnt voel je het zweet op je lijf. In de verte ligt sneeuw op de berg. Dat wordt je doel.
In de zomerzon
resten sneeuw in de bergen;
mist boven het meer.
Vandaag een rustdag.
Even niet in de tent, maar in een kleine hut. De hele dag hangen de wolken laag en er valt constant regen. Dat geeft het fjord een grijze sfeer, maar in de avond breekt toch de zon nog even door.
De deken wordt opgetild en onthult de sprookjesachtige schoonheid van het landschap.
Morgen rijden we naar Bergen is het plan.
De basis van deze tanka wordt gevormd door de eerste drie regels, de haiku.
Dan volgen nog twee regels van ieder 7 lettergrepen, die regels plaatsen de haiku in een context. Een context die overigens nog speelruimte geeft voor interpretatie door de lezer.
Welke twee andere regels zou je hier ook kunnen invullen, waardoor de betekenis veranderd, waar zou jij voor kiezen?
Bijvoorbeeld:
Zacht maanlicht valt op
twee steeltjes onder het bed;
haar hoge hakken.
Zolang niet meer gedragen
sinds hun onverwacht afscheid.
