Hij keerde terug naar het water
Waar hij vandaan was gekomen
Dat besefte hij pas later
Het sloot aan bij al zijn dromen
Waar hij vandaan was gekomen
Was niet eenvoudig uit te leggen
Het sloot aan bij al zijn dromen
Meer kon hij er niet over zeggen
‘t Was niet eenvoudig uit te leggen
Het raakte hem tot in zijn ziel
Meer kon hij er niet over zeggen
Zijn nieuwe huisje bij het grote wiel
Het raakte hem tot in zijn ziel
Dat besefte hij pas later
Zijn nieuwe huisje bij het grote wiel:
Hij keerde terug naar het water!
Water
Je kunt erin zwemmen in de zomer en op schaatsten in de winter. Mensen hebben iets met water. Logisch natuurlijk want ons lichaam bestaat voor een groot deel uit water, water voedt het leven. Water trekt mensen aan of boezemt juist ontzag in, dat is afhankelijk van de voorgeschiedenis van jezelf en je familie. Je binding met water kan zo sterk zijn dat het deel uitmaakt van je identiteit, je voelt je thuis bij water.
Wielen
In Nederland ontkom je niet aan het water, een groot deel van ons land komt onder het water vandaan. We hebben dijken aangelegd om het land tegen het water te beschermen. Maar, het gebeurt gelukkig niet vaak, dijken kunnen doorbreken. Als je over dijken wandelt kun je daarvan op allerlei plaatsen in het landschap stille getuigen zien in de vorm van wielen, rondvormige plassen naast de dijk, die soms ook waaien of kolken genoemd worden. Wielen zijn meestal diep, want dijkdoorbraken zijn heftig en de kracht van het water is groot.
Stille wateren hebben diepe gronden.
Onder een dikke deken sneeuw
In diepe slaap tot rust gekomen
Zo ging het steeds van eeuw tot eeuw
Onder een dikke deken sneeuw
In die stilte woont mus noch spreeuw
Alleen een egel ligt te dromen
Onder een dikke deken sneeuw
In diepe slaap tot rust gekomen
Ik bouwde een egelhuis. Dat is een houten kist met een tunnel met labyrint als ingang - om andere dieren te ontmoedigen. De bouwtekening haalde ik uit het boekje Egelhuizen in gebruik; Help de egels onder dak! Uitgegeven door Egelbescherming Nederland. Het is een leuk klusje en via het boekje leer je van alles over egels. Want volgens het boekje hebben egels het niet gemakkelijk in ons land, ze kunnen wel wat hulp gebruiken.
We zagen dit jaar regelmatig egels bij ons in de buurt, dus ze zijn er wel. Nu staat het huisje in de tuin te wachten op een bewoner. Onze tuin ligt onder de sneeuw en de egels houden hun winterslaap al. Dus de kans dat er in deze periode een egel zijn intrek neemt in het nieuwe huis is erg klein. Toch kan ik het niet laten om af en toe even te kijken. Want ik hoop toch echt op vaste bewoners!
Ik weet het, het is al vaak verteld
Van vroeger en hoe ons kerstfeest was
Dat we samen liepen door de sneeuw
Ja, toen was er sneeuw, een diepe laag
Daardoor werd het lopen zwaar, maar dat gaf niets
Want de dagen gingen toen nog traag
We staken de brug over en liepen langs de weg
Bij de garage met benzinepomp keek ik naar binnen
Daar achter het raam stond die stoere motor
We liepen verder, mijn tenen werden koud
Maar dat gaf niets, onze harten waren warm
En onze ogen keken naar de sterren
Het luiden van de klok konden wij van verre horen
Binnen was het warm, de houten kerkbank hard
Maar dat gaf niets, we zaten samen naast elkaar
Het oude verhaal werd verteld van twee mensen
En een ezel onderweg, misschien lag daar ook wel sneeuw
Ze sliepen in een stal en daar was het warm
Een kindje werd geboren, het begin van weer een nieuw verhaal
We liepen weer naar huis, dat was een hele tocht
Maar dat gaf niets, want wij waren jong en sterk
Een kopje chocolademelk, warm natuurlijk
Daarna naar bed, dromen van die stoere motor
Mijn werden tenen warm - eindelijk.
Kus me veel mijn liefste
Zingt ze in een rode jurk
De Franse taal versta ik niet
Maar die woorden wel.
Dit lied kende ik natuurlijk wel, vooral in de Spaanse versie, er zijn veel uitvoeringen van. Wat ik niet wist is dat het geschreven is door de Mexicaanse componiste Consuelo Velázquez (1924-2005).
Wikipedia schrijft over haar: Velázquez begon als pianiste en zangeres. Later ging zij componeren. Met het in tientallen talen vertaalde en door veel zangers gezongen lied Bésame mucho uit 1941 werd zij wereldberoemd. Daarnaast schreef zij ook nog andere romantische liederen zoals No me pides nunca en Déjame quererte.
De Rode Ibis leek me een passend beeld bij deze Franstalige uitvoering van Tatiana Eva-Marie & Avalon Jazz Band.
Twee vrouwen
De een loopt op, de ander neer
Op straat, half negen ongeveer
Waar de buitenlamp is aangegaan
Blijven beiden even staan
Ze praten over tante Mien
En heb je buurman al gezien
Een hondje blaft op straat
Waarna elk haar weg weer gaat
Een alledaags tafereel. Ik kijk uit het raam en zie twee vrouwen die op straat lopen. Waar gaan ze naar toe? Dat weet ik niet.
Ze komen elkaar tegen en maken een praatje. Waarover praten zij? Dat weet ik ook niet, ik kan er alleen maar naar gissen.
Ik krijg er vaak een goed gevoel bij. Mensen die elkaar zien, even stoppen, even contact maken en dan weer doorgaan. Zelf kom ik vaak niet verder dan een knikje en loop door.
